Een kracht is een natuurkundige grootheid die, wanneer zij wordt uitgeoefend op een voorwerp, daarin spanning of druk doet ontstaan, of die het voorwerp van beweging doet veranderen, doet versnellen.
Kracht wordt weergeven met het symbool F (van het Engelse woord Force) en wordt uitgedrukt in Newton (N).
De zwaartekracht, die door Isaac Newton is ontdekt, kun je weergeven met de formule: Kracht = 10 maal massa (hierbij moet de massa in kilogram, kg, worden ingevuld)
Ofwel: F = 10 * m
Let op!
Gewicht is in de natuurkunde ook een kracht. Het is de kracht die een voorwerp, of een persoon, uitoefent op de grond.
Een natuurkundige met een massa van 65 kg zegt dan ook: mijn gewicht is 650 N. (F = 10 * m, F = 10 * 65 = 650 N)
Krachten kun je weergeven met een pijl, hierbij geldt:
- de richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan
- de lengte van de pijl geeft de grootte van de kracht aan
- de pijl begint in het aangrijpingspunt, dit is het punt waar de kracht werkt op een voorwerp
- de pijl of pijlen worden op schaal getekend
Twee krachten zijn evenwicht wanneer zij even groot zijn en een tegengestelde richting hebben, zie figuur 3.
Het punt in een voorwerp waar de zwaartekracht op aangrijpt heet het zwaartepunt.
Een voorwerp is in evenwicht wanneer zijn zwaartepunt zich recht boven het steunvlak bevindt.
Figuur 2. Krachten kun je optellen.
Twee sleepboten slepen een groot (rood) schip, dat zicht bevindt in het punt (0,0). Op het schip werken twee krachten, aangegeven met een groene en met een blauwe pijl. De twee krachten leveren bij elkaar opgeteld de resulterende kracht (ook wel resultante genoemd), aangegeven met de rode pijl.
Figuur 3. Krachten zijn in evenwicht als ze tegengesteld en even groot zijn.
In dit voorbeeld staan beide voorwerpen stil, maar op het rechter voorwerp werken grotere krachten
Wat is een kracht?
Table of Contents
Voorbeelden van krachten zijn: spierkracht, zwaartekracht, veerkracht, windkracht, elektrische kracht, kleefkracht, magnetische kracht, spankracht, weerstandskracht (wrijving).
Kracht wordt weergeven met het symbool F (van het Engelse woord Force) en wordt uitgedrukt in Newton (N).
De zwaartekracht, die door Isaac Newton is ontdekt, kun je weergeven met de formule:
Kracht = 10 maal massa (hierbij moet de massa in kilogram, kg, worden ingevuld)
Ofwel: F = 10 * m
Let op!
Gewicht is in de natuurkunde ook een kracht. Het is de kracht die een voorwerp, of een persoon, uitoefent op de grond.
Een natuurkundige met een massa van 65 kg zegt dan ook: mijn gewicht is 650 N. (F = 10 * m, F = 10 * 65 = 650 N)
Krachten kun je weergeven met een pijl, hierbij geldt:
- de richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan
- de lengte van de pijl geeft de grootte van de kracht aan
- de pijl begint in het aangrijpingspunt, dit is het punt waar de kracht werkt op een voorwerp
- de pijl of pijlen worden op schaal getekend
Twee krachten zijn evenwicht wanneer zij even groot zijn en een tegengestelde richting hebben, zie figuur 3.
Het punt in een voorwerp waar de zwaartekracht op aangrijpt heet het zwaartepunt.
Een voorwerp is in evenwicht wanneer zijn zwaartepunt zich recht boven het steunvlak bevindt.
Opdrachten krachten
Afbeeldingen
Figuur 1. Krachten worden op schaal getekend.Figuur 2. Krachten kun je optellen.
Twee sleepboten slepen een groot (rood) schip, dat zicht bevindt in het punt (0,0). Op het schip werken twee krachten, aangegeven met een groene en met een blauwe pijl. De twee krachten leveren bij elkaar opgeteld de resulterende kracht (ook wel resultante genoemd), aangegeven met de rode pijl.
Figuur 3. Krachten zijn in evenwicht als ze tegengesteld en even groot zijn.
In dit voorbeeld staan beide voorwerpen stil, maar op het rechter voorwerp werken grotere krachten